Wandel- en fietstochten
de dag van de architectuur (11 oktober 2009)
Tijdens de dag van de architectuur, een jaarlijkse gebeurtenis georganiseerd door het Vlaams Architectuurinstituut, kwam ook groepswoningbouw in beeld. Onze bekwame gidsen vergezelden enkele honderden geïnteresseerden langs interessante voorbeelden van Wonen in Meervoud.
Wie er niet bij was kan nu ook op zijn eentje kennis maken met Wonen In Meervoud.
Per wandeling en fietstocht hebben we een handige flyer gemaakt met een overzichtkaartje en wat commentaar bij de verschillende projecten.
Download de folders van onze webstek (zie hierna). Als je over een geavanceerde printer beschikt, dan kun je de tekst recto-verso als liggende A4 afdrukken. Vouw de A4 in drie volgens de aanwijzingen op het voorblad en klaar is kees. Veel plezier op jullie ontdekkingstocht.
GENT, wandeling 1
vertrekpunt: Klein Begijnhof, Lange Violettestraat 77, Gent
de wandeling duurt 2 uur
Het Klein Begijnhof dateert weliswaar uit de zeventiende eeuw, maar biedt een merkwaardig hedendaagse woonkwaliteit: nette huizen dicht tegen elkaar geschakeld, met een eigen ommuurd tuintje en een grote gemeenschappelijke groene ruimte. De auto kan tot voor de deur voor laden en lossen maar wordt overigens buiten het woongebied gehouden. Dit is een bijzonder ingetogen woonplaats midden in de drukke stad.
Het Hollainhof (Neutelings Riedijk architecten) is spraakmakende sociale huisvesting, veel becommentarieerd en talrijke keren gepubliceerd. Na een bezoek aan het Klein Begijnhof valt des te meer op hoe de zeventiende-eeuwse typologie als inspiratie heeft gediend voor dit hedendaagse project: ook hier zijn de woningen compact gestapeld en geschakeld, genieten ze van een eigen besloten buitenruimte en staan ze netjes gegroepeerd rond een gemeenschappelijke groene tuin. De auto wordt alleen gedoogd voor laden en lossen.
We wandelen verder langs de Achtervisserij. Tussen oude bedrijfsgebouwtjes en stapelplaatsen ontdekken we plots een rij huizen met hun tuin aan het water. Deze rijwoningen maken deel uit van het complex Jan Van Gent aan de Visserij. Het hoofdgebouw, een groot appartementsgebouw op schaal van de statige herenhuizen, verbergt een binnengebied waar de vernoemde rijhuizen hun voordeur hebben.
Verder op onze wandeling ontdekken we enkele negentiende-eeuwse beluiken. Hun geschiedenis is klassiek. Welstellende middenstanders bouwden her en der groepjes opbrengsthuizen midden in nijverige buurten. Wegens overbevolking en gebrek aan sanitaire voorzieningen waren de leefomstandigheden erbarmelijk. In de twintigste eeuw kenden ze dan ook ernstig verval, en veel beluiken werden gesloopt. Maar netjes gerestaureerd, voorzien van alle comfort, met een klein tuintje en een gemeenschappelijke groene ruimte vormen ze vandaag leuke kleine woningen voor kleine huishoudens.
Op de voormalige site ’Het Volk’ (Bontinck) staat nu een project met zo’n 150 woningen. Het parkeren gebeurt volledig ondergronds. Drie appartementsgebouwen staan opgesteld rond een gemeenschappelijk binnenpleintje. Alle woningen beschikken over een eigen tuintje, een loggia, een balkon of een dakterras. Correct stedelijk wonen aan een rustig binnengebied.
De wandeling eindigt aan het Lousbergsgesticht. Dit gesticht voor bejaarden en mindervaliden werd gebouwd op vraag van Ferdinand Lousbergs, een welmenende paternalistische industrieel uit de negentiende eeuw. Vanaf 1999 werd het gesticht omgebouwd tot kantoorruimte en lofts.
Gent, wandeling 2
vertrekpunt: Kanaalhuizen, Coupure rechts 158, Gent
de wandeling duurt 3 uur
De Kanaalhuizen (Robbrecht en Daem) betekenen een echte trendbreuk in het woningaanbod: hier worden royale woongelegenheden gerealiseerd in een stedelijk kader. De verfijnde afstandelijke architecturale vormgeving en het somptueuze kader van de Coupure dragen bij tot de exclusiviteit van dit nieuwe wonen in de stad.
Op enige afstand van de Coupure vinden we een sprekend huisvestingsproject uit 1958, de residentie Robert Brasseur (Fritz Coppieters). In dit jaar van enthousiast geloof in de moderniteit, werd een wijkparkje aangelegd op de plaats van het in 1956 gesloopte barokke refugiehuis van de priorij van Waarschoot. In dit groene kader is een merkwaardige compositie gebouwd van een radicale hoogbouw en een bescheiden laagbouw. De oude hoogstammen van het vroegere domein werden bewaard. De markante balkons beklemtonen de zelfzekerheid van het opzet.
Wat verderop komen we langs een voormalige Katoenspinnerij (Coussée & Goris). Het oude industriële gebouwpand heeft niets van zijn robuustheid verloren ondanks de introductie van verfijnde stadswoningen rond een groene binnentuin. In de smalle straatjes aan de achterzijde van het gebopuw leeft de reminiscentie aan het negentiende-eeuwse nijverige Gent voort. Aan de Lindenlei sluit de hedendaagse invulbouw naadloos aan op historische panden.
Een forse wandeling in noordelijke richting laat ons de vele gedaanten van dit stadsdeel zien. Opvallend zijn de vormen van commerciële groepswoningbouw uit de negentiende eeuw: talrijk zijn de rijen huizen die toen zowel voor arbeidersgezinnen als voor de middenklasse werden gebouwd door rijke ondernemende middenstanders.
Het project Ramen (Nollet en Huyghe) staat op de plaats van een voormalig bovengronds parkeerterrein. Het Gentse parkeerbedrijf besliste om de parkeergelegenheid ondergronds uit te bouwen. De operatie liet toe om het oude stadsweefsel te herstellen en een aanbod van kantoorruimtes, appartementen en rijhuizen met tuin te realiseren.
We wandelen verder door het Prinsenhof, de voormalige verblijfplaats van Keizer Karel. Het is een fascinerende buurt waarin de lagen van de geschiedenis afleesbaar zijn. Tussen Prinsenhof en Pluimstraat treffen we een merkwaardig woonproject aan (Delmulle): enkele particulieren kochten samen dit perceel en bouwden er een groep van woningen rond een intieme stadstuin. Ondanks (of dankzij?) de sterke hedendaagse architectuur nestelt deze groepswoningbouw zich perfect in de historische context.
We nemen het voetgangersbrugje over de Lieve en eindigen de wandeling in het Antoniushof, een complex van verzorgingstehuis en service-flats in een historisch kader.
Kortrijk
vertrekpunt: “Leieboorden”, hoek Guido Gezellepad–Kleine Leiestraat, Kortrijk
de wandeling duurt 2 uur
Het project de Leieboorden (AWG architecten) heeft deze plaats van voormalige bedrijvigheid aan de rivier, het voorkomen van een voorname stadswandeling gegeven. Het gebouw vormt niet alleen een front aan de rivier, het genereert ook een publieke binnengebied dat bijdraagt tot de kwaliteit van het stadsweefsel.
De kwaliteit van dit binnengebied is vergelijkbaar met het Begijnhofpark (Paul Deroose) verderop. Het Begijnhof dateert weliswaar uit de zeventiende eeuw, maar biedt een merkwaardig hedendaagse woonkwaliteit: nette huizen dicht tegen elkaar geschakeld, met een eigen ommuurd tuintje en een grote groene ruimte ernaast. De auto kan tot voor de deur voor laden en lossen maar wordt overigens buiten het woongebied gehouden. Dit is een bijzonder ingetogen woonplaats midden in de drukke stad.
Niet alle stedelijke ingrepen uit het verleden waren even gelukkig. In de jaren tachtig van vorige eeuw vond men moeilijk de juiste schaal en architectuurtaal voor projecten in een oud stedelijk weefsel. Het Overbekeplein is zo’n voorbeeld: het plein is omsloten door handels- en kantoorruimte op de begane grond en woongelegenheden op de verdieping. Het plein is verkeersvrij wat vandaag zeer wordt geapprecieerd. Twee voetgangersparcours bieden kansen tot integratie in het stedelijk weefsel. Met verouderen raakt het project wat geïntegreerd in het oude stadsweefsel.
Een bezoek aan het beluik Sint-Janshof mag op deze ontdekkingstocht naar groepswoningbouw niet ontbreken. Dit beluik lag in een negentiende-eeuwse wijk van bedrijvigheid en bood huisvesting aan de talrijke fabrieksarbeiders. Het openbaar domein is recent geherwaardeerd en meteen is ook duidelijk dat dit type van gegroepeerde woningbouw ook vandaag een kwaliteitsvolle woonomgeving kan bieden.
Wat verder verkennen we het sociaal huisvestingsproject TSA (Cnockaert), genoemd naar de voormalige Teintureries Saint-Antoine. Net als in een Begijnhof zijn de woningen dicht tegen elkaar geschoven en gegroepeerd rond een groen verkeersvrij binnenplein. Het parkeren gebeurt ondergronds.
Onze wandeling eindigt in het Pradopark (De Smet Vermeulen) een sociaal huisvestingsproject dat subtiel een plaats ingenomen heeft op de plaats van een voormalige textielfabriek. Op strategische plekken van het terrein werden verschillende woningtypes ingeplant. De nieuwe be-bouwing is zorgvuldig gepositioneerd ten opzichte van de bestaande omliggende bebouwing. Centraal op de site is een groen wijkparkje gerealiseerd.
Leuven
vertrekpunt: aan La Vignette, Penitentienenstraat
de fietstocht duurt 2 à 3 uur
De omgeving van de Penitentienenstraat werd grondig geherwaardeerd in een omvattende stadsvernieuwingsoperatie: aanbod van een mix aan woningen, afkoppelen van het regenwater en heraanleg van de straten, aanleg van een buurtpark en speelpleintjes. De stad kreeg hiervoor de eerste “thuis in de stad” prijs.
La Vignette (WIT architecten) is een sociaal huisvestingsproject dat zich op een bijzondere manier nestelt in het stadsweefsel. Patio- en rijwoningen staan opgesteld langs een binnenstraat die Penitentienenstraat en Fonteinstraat verbindt. De dwarse opstelling van het project werkt het bouwblok af en vormt de overgang naar het nieuwe buurtpark.
Aan de overkant van de straat en de Dijle ligt de leerlooierij (wva). Comfortabele stadswoningen staan zij aan zij langs een binnenstraat. Verwarming, warm waterproductie met zonneboiler en regenwaterbedeling zijn gemeenschappelijk georganiseerd wat en voelbare ecologische winst oplevert.
In het buurtpark de Bruul staat een merkwaardige experimentele EGKS woning. In de jaren vijftig bedachten architecten Willy Van der Meeren en Louis Palm een goedkoop huis dat een antwoord moest bieden op het tekort aan arbeiderswoningen. De prijs zou aanzienlijk gedrukt worden dankzij rationele bouwmethodes, industrialisatie en massaproductie in groepswoningbouw.
We maken een ommetje langs de voormalige zwembadsite (BOB 361). Hier werd net een uiterst dicht project van stedelijk wonen gerealiseerd. De binnenpleinen in dit project sluiten mooi aan op de talrijke binnengebieden van oude colleges in de studentenstad.
We fietsen naar de Van Waeyenberghlaan. Dit gebied was lange tijd het laatste onbebouwde stadsdeel binnen de perimeter van de veertiende-eeuwse stadsomwalling. De laatste decennia is de site echter versneld verstedelijkt met groepswoningbouw. Eerst werd de Groef (wva) gebouwd, een sociale woonwijk rond een nieuw plein en buurtpark. Later kwam project Cardenbergh (Imbrechts) de site aanvullen. Het betreft hier een private ontwikkeling met geschakelde en gestapelde stadswoningen. De Van Waeyenberghlaan tenslotte werd vervolledigd met een monolithisch wigvormig bakstenen volume (t’Jonck Nilis). Het project omvat appartementen en dakpatiowoningen met groots uitzicht op de stad.
De tocht gaat verder richting Heverlee. Onderweg passeren we langs een merkwaardig ensemble van oude sociale woningen in de buurt van het voormalige slachthuis.
Een passage door het Begijnhof is een must in deze ontdekkingstocht langs groepswoningbouw. Hoewel het Begijnhof dateert uit de zeventiende eeuw, biedt het een merkwaardig hedendaagse woonkwaliteit: nette huizen dicht tegen elkaar geschakeld, met een eigen ommuurd tuintje en een grote groene ruimte ernaast. De auto kan tot voor de deur voor laden en lossen maar wordt overigens buiten het woongebied gehouden. Dit is een bijzonder ingetogen woonplaats midden in de drukke stad.
De wijk Matadi dateert uit het interbellum. In hun oorspronkelijke en samenhangende architectuur hadden deze bescheiden woningen een voornaam voorkomen. Aan de Van Ostaijenlaan staat een merkwaardig groepsproject (Modulo architects). Ondanks de dichte schakeling en stapeling hebben alle woningen een eigen directe toegang. Het gebouw buigt de richting van de straat om naar het aanpalende buurtpark.
We fietsen naar Kessel-Lo en houden halt aan de Woongroep: twintig jaar geleden kochten vijf gezinnen dit stukje grond aan in een voorstedelijk bouwblok om er samen te bouwen. Het project is no-nonsense. De rij woningen deelt het terrein netjes in twee: aan de zuidzijde heeft ieder huis een private tuin, aan de noordzijde ligt een gemeenschappelijke voortuin die jarenlang een gedroomd speelterrein was. Het samenbouwen leverde een aanzienlijke economie op en ongedwongen woonplezier.
Onderweg naar de Centrale Werkplaatsen rijden we door Lolanden, een omvangrijke sociale woonwijk uit diverse periodes.
De site van de voormalige Centrale Werkplaatsen is nu volop in ontwikkeling: in verschillende woninggroepen (WIT architecten, Bogdan & Vanbroeck, Lava) wordt een mix aan stedelijke woningtypes gerealiseerd.
De wijk Heuvelhof (L.U.S.T. architecten) is een dicht tapijt van patiowoningen. Er heerst een stille en besloten sfeer in deze nieuwe sociale woonwijk naast het gemeentepark van Kessel-Lo.
De fietstocht eindigt in de Heidebergstraat (BOB 361). Tot voor kort was de straat aan één zijde onbebouwd. De sociale woningen zijn op een ingenieuze manier in elkaar verwerkt. Ze vormen afzonderlijke volumes die de straat op een luchtige en ritmische wijze begrenzen.

