de Architectuurprijs

de inzendingen

Met meer dan 120 inzendingen is de architectuurprijs Wonen In Meervoud een staalkaart geworden van groepswoningbouw in Vlaanderen. Er was een ruim aanbod van stedelijke projecten met een belangrijk aandeel reconversie van oude fabriekspanden. Maar er waren ook interessante inzendingen van projecten gelegen in kleine kernen zoals verdichtingen in een verkavelingscontext, of groepsbouw aan de rand van het woongebied…
Ter voorbereiding van de jury ondernam het team Wonen In Meervoud een grondig onderzoek van alle inzendingen. Ieder project werd getoetst aan een aantal essentiële kwaliteitseisen: gaat het om kwaliteitsvolle individuele woningen, vormt het bouwen in één samenhangend geheel een meerwaarde voor woon- en belevingskwaliteit, neemt het project een interessante positie in zijn omgeving in? Aanvullend voerde het team diverse plaatsbezoeken uit.
Dit voorbereidend onderzoek resulteerde in een eerste selectie van 34 projecten

jury 25 mei 2009

De jury was vooraf goed ingelicht over opzet en doelstellingen van de campagne Wonen In Meervoud. Ze konden beschikken over alle inzendingen in digitale vorm en werden ook op de hoogte gebracht van de voorselectie door het team.
De jury kwam samen op 25 mei 2009.
Van de twaalf aangezochte deskundigen waren er elf present:
André Loeckx, hoogleraar K.U.Leuven, voorzitter
Karen Landuydt, team Vlaams Bouwmeester
Linda Boudry, Kenniscentrum Vlaamse Steden
Janny Rodermond, directeur Stimuleringsfonds voor Architectuur (Nederland)
Christian Rapp, Rapp+Rapp architecten (Rotterdam, Berlijn)
Koen Van Synghel, architectuurcriticus
Frank Adriaensen, ING Real Estate
Filip Vanhaverbeke, proces- en projectregie, AG stadsvernieuwing Oostende
Filip Descamps, Daidalos Peutz bouwfysisch ingenieursbureau
Greet Paulissen, departement RWO (woonbeleid)
Marc Martens, bureau voor architectuur & planning, bv bvba, secretaris

Voorzitter André Loeckx leidde de jury in. Na een discussie over de kwaliteitscriteria volgde een eerste bespreking van de voorselectie. Ieder jurylid had de gelegenheid om niet geselecteerde projecten opnieuw op te vissen.
In een eerste ronde werden alle geselecteerde projecten onder de loep genomen en besproken. De resterende 19 projecten werden opnieuw bestudeerd waarna de jury zes projecten nomineerde voor de architectuurprijs.

twee architectuurprijzen

De jury besliste uiteindelijk om twee prijzen uit te reiken. Immers, één enkele prijs zou onvoldoende getuigen van de Vlaamse ruimtelijke diversiteit en van de veelzijdige architecturale benaderingen.

Met ‘De Katoenspinnerij’ in Gent (initiatiefnemer Canal Properties, architect Coussée & Goris) wordt een project bekroond in een stedelijke omgeving. Dit oude pand dateert uit de negentiende eeuw, toen fabrieken in de stad geprangd stonden tussen arbeidershuisjes en beluiken. Het nieuwe project houdt de herinnering levendig aan deze tijden van armoede en hard labeur. Maar de ingreep is ook gericht naar de toekomst: in het oude fabriekspand zijn voorname stadswoningen gebouwd, gekeerd naar de rustige binnentuin. Dit soort woningen vormt een welkome aanvullingen op het hedendaagse stedelijke woningaanbod.
De architecturale uitwerking is bijzonder verfijnd. Een resoluut hedendaagse invulling aan de Lindenlei staat waardig tussen oude historische gevels. Ingrepen in het oude bakstenen massief – nieuwe ramen, balkons, terrassen en een nieuwe dakverdieping – zijn beheerst aanwezig zonder het oude karkas geweld aan te doen. Nieuwe interventies versmelten in de ritmiek van de oude gevelopeningen.

De prijs voor groepswoningbouw in een kleine kern wordt toegekend aan ‘Wonewei’ in Lovenjoel (initiatiefnemer en architect Atelier 33). Dit schijnbaar eenvoudige en evidente project biedt een zinvol alternatief voor de banale verkaveling. Op dit bouwperceel zou normaal een pijpenkop aangelegd worden met een achttal villa’s rond. Nu zijn er negentien woningen gerealiseerd: grote rijhuizen voor gezinnen met kinderen, maar ook enkele appartementen voor jonge starters of oudere mensen.
Door compact stapelen en schakelen op de randen van het terrein en door het parkeren ondergronds te organiseren, komt er een grote gemeenschappelijke speelweide vrij. De inplanting van de volumes speelt in op de prachtige walnotendreef en de oude kloostermuur die het terrein afbakenen.
Het overtollige hemelwater wordt naar een grote wadi in de speelweide geleid. Zo blijkt maar weer dat groepswoningbouw toelaat om een aantal ecologische maatregelen efficiënt te organiseren op gemeenschapelijke basis.

het Symposium Wonen In Meervoud

Eind februari 2009 lanceerde Vlaams minister bevoegd voor wonen Marino Keulen de oproep voor de Architectuurprijs Wonen In Meervoud.
De meer dan 120 inzendingen vormen alvast een representatieve staalkaart van groepswoningbouw in Vlaanderen: mooi gegroepeerde huizen in een landelijke omgeving, stedelijke villa’s op de daken van de stad, woningen voor alle soorten huishoudens, interessante appartementsgebouwen, inbreidingsprojecten, opmerkelijke herbestemmingen van oude bedrijfsgebouwen of scholen…

De resultaten van de Architectuurprijs werden aan een ruim publiek voorgesteld - meer dan 170 inschrijvingen - tijdens het Symposium Wonen In Meervoud (8 juli 2009, Lamot congrescentrum, Mechelen).

WiM: optelsom van verschillende kwaliteiten 

André Loeckx schetste de achtergrond van de campagne Wonen In Meervoud, en ging dieper in op de kwaliteitscriteria die de jury had gehanteerd. 
Bij groepswoningbouw staat de kwaliteit van de individuele woning voorop: wooncomfort, ruimte voor de wensen van elke bewoner, een eigen buitenplek, privacy en geborgenheid, plaatsen met hoge ruimtelijke kwaliteit (uitzicht, licht, ruimtegevoel, vormgeving…).
Verder is het groeperen van de afzonderlijke woningen meer dan een optelsom. Groepswoningbouw genereert bijkomende kwaliteiten: subtiele overgangen tussen openbaar domein en private eigendom, veilige speelruimte, groen in de onmiddellijke omgeving van de woningen, plaats voor ontmoeting, beter ruimtegebruik, compacte bouwvolumes en gepaste architectuur. Mogelijke meerwaarde kan ook liggen in efficiëntere bouwmethodes, performante energievoorzieningen en beheersgemak.
Groepswoningbouw ten slotte vervult een maatschappelijke rol: afwerken van een stadsdeel, invullen van een lege plek, herkenbaarheid brengen in een banale omgeving…

Bekijk de presentatie van André Loeckx.

een stand van zaken

Marc Martens gaf een overzicht van de inzendingen. Opvallend is de verhoogde interesse voor, en de veelzijdigheid van architecturale kwaliteit.
De inzendingen zijn min of meer in vijf categorieën onder te brengen: alternatieven voor verkavelingen, appartementen, reconversies van oude gebouwen, invulling van vacante plaatsen en specifieke woonvraagstukken.
Tijd ook voor een evaluatie: de inzendingen vertonen een aantal knelpunten en lacunes.
De uiteenzetting eindigde met een vooruitblik: momenteel staan een aantal grootschalige projecten op stapel die onze kijk op groepswoningbouw drastisch zal veranderen.
Geen tijd voor zelfbeklag! Anders dan twintig jaar geleden is de vraag vandaag niet of deskundigen (architecten, stedenbouwkundigen, ambtenaren, beleidsmensen, juristen…) nog een rol te spelen hebben, maar of er voldoende ‘capaciteit’ is om in te gaan op de vele uitdagingen van groepswoningbouw.

Bekijk de presentatie van Marc Martens

de genomineerden

Stefan Devoldere bracht een nauwgezette analyse van de zes genomineerde projecten: De Wachter in Londerzeel, Katoenspinnerij in Gent, Papyrus in Antwerpen, Wonewei in Lovenjoel, La Vignette in Leuven en Mère Jeanne in Antwerpen.

Bekijk de presentatie van Stefan Devoldere.